Ik voel me nooit zo gemakkelijk in gesprekken waar het aankomt op small-talk. Het soort gesprekjes dat je hebt bij de bakker, waarbij het gaat over het weer en over voetbal. Ik ben niet geïnteresseerd in het weer en ook niet in voetbal, dus het nut van dat soort praatjes ontgaat me. Dat is natuurlijk precies de essentie van small-talk. Het nut van small-talk is dat er gesproken wordt. Niet waar het over gaat. Door met iemand aan praatje te maken, bevestig je diegene in zijn of haar aanwezigheid. Je stelt diegene gerust door aan te geven dat je vriendelijk bent en je voorkomt de onaangename stilte die anders kan ontstaan.

Wat moet ik tegen mensen zeggen ?

Toen ik mijn communicatieve vaardigheden wilde vergroten, wilde ik vooral weten: wat moet ik zeggen? Deze insteek wordt in veel cursussen gebruikt. Soms worden er letterlijk zinnen van buiten geleerd en in andere gevallen wordt een bepaald systeem gebruikt. Bijvoorbeeld: als je een praatje met iemand wilt maken, kun je dit gemakkelijk doen door iets uit de omgeving te gebruiken. Je staat bijvoorbeeld met iemand in de lift en je zegt: “zou jij ook stiekem wel eens willen dat hij vastliep?” Dit is nogal een simpel voorbeeld, maar het geeft aan wat voor soort tips ik bedoel.

Een andere aanpak is bijna compleet tegenovergesteld. Deze aanpak gaat er vanuit dat alles wat je zegt goed is. Stel je zegt tegen degene in de lift: “weet jij nog hoe het nichtje van Inspector gadget heet?” of “Mijn moeder kon altijd heerlijke aardappelsalade maken.” In beide gevallen zal er een gesprek ontstaan. De mensen die deze overtuiging aanhangen, zijn vaak tegen de eerste aanpak. Zij vinden namelijk dat de eerste aanpak het achterliggende probleem alleen maar versterkt. Het is namelijk nonsens dat je niet zou weten wat te moeten zeggen. Er is altijd iets om over te praten. Nogmaals, het gaat erover dat er iets gezegd wordt, niet wat er gezegd wordt.  Het achterliggende probleem is dat je denkt dat bepaalde onderwerpen “goed” zijn. Terwijl andere onderwerpen juist fout zijn. Mensen die gemakkelijk een praatje maken, staan daar helemaal niet bij stil. Ze zeggen gewoon wat er in hun opkomt. Als de ander dat geen goed gespreksonderwerp vindt, is dat zijn probleem. Het probleem is dus niet dat men niet weet wat te zeggen, maar dat men bang is om iets verkeerds te zeggen.

Ik ben persoonlijk van mening dat beide benaderingen helpen om je gemakkelijker te doen voelen in sociale situaties. De eerste benadering kan echter alleen maar helpen, als je ook kennis hebt en overtuigd bent van de tweede benadering. Het kan best handig zijn om een paar standaardopmerkingen te hebben voor op een borrel of voor tijdens een gesprek in de lift. Als je echter de overtuiging hebt dat die standaardopmerkingen meer zijn dan alleen maar handig, raak je in de problemen. Het is namelijk een kleine stap om dan te gaan kijken wat je na die zin nog zou kunnen zeggen, zodat op den duur het hele gesprek is uitgeschreven.  Echter, communicatie is zo moeilijk vooraf te voorspellen, dat nooit alle mogelijke uitkomsten te voorspellen zijn. Daarom raakt iemand in een gesprek dat wat langer duurt, sowieso op een punt waar hij geen tekst meer heeft. Dan slaat diegene vaak dicht of raakt hij alsnog in paniek. Op de lange termijn is dit dus een schijnoplossing.

Hoe je meer sociale vaardigheden creëert

Gespreksonderwerpen, en technieken zijn dus handig bij wijze van zijwieltjes, maar uiteindelijk zul jezelf het evenwicht moeten kunnen aanvoelen en bewaren. Wie te lang op zijn zijwieltjes blijft vertrouwen, is op den duur minder goed af dan degene die zonder zijwieltjes is begonnen. Betekent dit dan dat er niets te leren valt aan sociale vaardigheden? Nee, dat is niet waar. Wie zijn sociale vaardigheden wil vergroten, zou bijvoorbeeld kunnen gaan werken aan zijn zelfvertrouwen. Daarmee samen hangt het werken aan de angst voor een gesprekje.

Mensen zijn soms zo bang dat ze een “fout” zullen maken tijdens een gesprek, dat ze er überhaupt al niet meer aan beginnen. Wie ondanks die angst toch gewoon doet, zal echter ervaren dat het allemaal best wel meevalt en dat een foutje op zijn tijd gerust geaccepteerd wordt. Daarnaast kan een visie op interactie vaak wonderen doen. Iemand precies leren wat hij moet zeggen, kan soms contraproductief zijn. Wanneer er een meer algemene theorie ontworpen wordt over wat er allemaal speelt in een interactie, kan dat echter wel helpen. Bijvoorbeeld over hoe hiërarchie werkt, hoe je een band creëert en hoe je voor jezelf op kan komen zonder de ander te beledigen. Daarnaast kun je betere communicatieve vaardigheden krijgen door je houding en je uitstraling te veranderen. Het scheelt bijvoorbeeld al hoeveel je lacht.

In de artikelen die op deze pagina volgen, zal ik me vooral richten op de praktische vaardigheden die je kunt leren om je communicatieve vaardigheden te vergroten. Op de pagina over zelfvertrouwen kun je meer leren over de basishouding die je kunt aannemen in het contact met anderen.

Schrijf je in voor een assertiviteitstraining

Om assertiever te worden in sociaal contact met andere mensen, waardoor je ook meer zelfvertrouwen uitstraalt, raad ik je aan om een assertiviteitstraining te nemen. Hierin leer je voor jezelf op te komen door verschillende oefeningen te doen en tips om beter te communiceren met je medemens.

Wat vind jij van Brout?