In verband met het uitkomen van “Vergroot je Zelfvertrouwen” houd ik regelmatig spreekbeurten. Kortgeleden vertelde ik dat iemand, na het vergroten van zijn vaardigheid, eindelijk de volgende stap had gedaan in zijn carrière. Vanuit de zaal kwam de vraag of dat nu altijd nodig was: nog een stapje meer, nog beter presteren. Is het dan nooit een keer goed? Het is een vraag die vaker terugkomt in dit soort vragenrondjes en daarom wil ik er hier dieper op in gaan.

Wat betekent het?

Degene die de vraag stelde, ging er vanuit dat ambitie en acceptatie van je huidige situatie niet samengaan. Voordat ik daar verder op inga, is het belangrijk om het helderder te krijgen wat die twee termen nu eigenlijk betekenen.

Bij ambitie kan iedereen zich wel wat voorstellen. Het is de gerichtheid op een doel en de mate waarin je gemotiveerd bent om dat doel te behalen. Ambitieuze mensen willen iets presteren, iets neerzetten waar ze later met voldoening op terug kunnen kijken.

Acceptatie is wat minder eenduidig. Soms lijkt het te betekenen dat je je bij de zaken neerlegt. Dat je je schouders ophaalt en zegt: “dit wordt toch nooit wat”. Als je daar vanuit gaat, is het inderdaad tegenovergesteld aan ambitie. Maar dat is niet wat acceptatie betekent binnen de psychologie. Zoals het woord gebruikt wordt bij mindfulness meditatie, gaat het meer over het erkennen van het verleden. Het niet proberen te vervormen of het anders voor te doen dan het is. Het niet proberen weg te stoppen of er over te blijven peinzen. Maar simpelweg erkennen dat het zo is. Dat de zaken er nu zo voorstaan als ze doen.Om vanuit daar vervolgens verder te gaan.

Startpunt, geen eindpunt

Acceptatie is dus een startpunt. Het accepteren van je huidige situatie maakt ruimte vrij om te handelen. Je hoeft dan immers niet meer te piekeren over wat had kunnen zijn of wat had moeten gebeuren, maar je kunt je aandacht besteden aan wat er nu moet gebeuren. En dat is juist uitstekend te combineren met ambitie.Het verschil tussen ambitie vanuit acceptatie en ambitie vanuit ontevredenheid laat zich het gemakkelijkst illustreren door een voorbeeld:

Peter doet naast zijn werk een extra studie. Hij voelt zich een stommeling omdat iedereen op zijn werk een universitaire studie heeft afgerond, terwijl hij er is ingerold met een HBO. De studie vindt hij niet bijster interessant, maar het hoort er nu eenmaal bij als hij hogerop wil komen. En hogerop wil hij! In zijn klas zit Alexander. Alexander doet hetzelfde werk als Peter en hij is er door gefascineerd. Hij wil graag doorleren omdat hij bepaalde problematiek onvoldoende doorgrond en daar graag meer grip op wil krijgen. Dat hij de studie direct kan toepassen in de praktijk is voor hem een zegen en het zorgt er voor dat hij uitzonderlijk gemotiveerd is.

In het voorbeeld doet Peter de studie omdat hij ontevreden is met zijn status in het bedrijf. Alexander is al tevreden met zijn huidige situatie. Hij heeft een prachtige baan en prijst zich gelukkig dat hij bij kan leren. Hij doet de studie vooral omdat hij het leuk vindt. Beiden hebben ze de ambitie om verder te komen. De instelling waarmee ze aan die ambitie werken maakt het verschil.

Presteren is geen vies woord

In een eerder artikel heb ik al betoogd dat werken ons gelukkig maakt. Vanuit die optiek is het dan ook logisch dat we willen blijven leren. De redenen waarom we dat doen verschillen echter nog al. Als je het ziet als een manier om je ego of je status te versterken, zul je er waarschijnlijk weinig lol aan beleven. Als het dient als een manier om je eigen doelen en ambities te verwezenlijken, levert het vooral meer geluk op.