Werkt geluk als vervanger van het BNP? Of laten we de vraag anders stellen: wat is het ultieme doel van de overheid? Tijdens ons onderzoek naar de onderdelen van geluk viel het ons op hoe frequent er wordt gepleit voor een nieuwe maatstaf voor het numeriek uitdrukken van de welvaart van een land. Waar nu vaak gekeken wordt naar economische indicatoren zoals het BNP, economische groei en werkloosheidpercentages, zou men er, volgens de voorstanders hiervan, beter aan doen om deze economische cijfers te vervangen door één score: hoe gelukkig is het volk? Een intuïtief aantrekkelijk idee, maar er blijken nogal wat haken en ogen aan te zitten. In dit artikel bespreken we er een aantal.

Meetproblemen

Zij die een vervanging van het BNP door een geluksscore betogen, doen dit vanuit het idee dat economische cijfers een indirecte afspiegeling zijn van wat geluksscores direct meten: hoe gelukkig men is. Het is gebruikelijk om te stellen dat een directe meting van geluk beter is dan een indirecte meting, dus vanuit die optiek ligt het voor de hand om het geluk te meten in plaats van de economie.

Het is niettemin maar de vraag of we direct kunnen meten hoe gelukkig iemand is. Dit wordt typisch gemeten met een vraag zoals “Over het algemeen genomen, hoe tevreden bent u met uw leven?”. Of een dergelijke vraag wel echt geluk (direct) meet is echter nog maar de vraag.

De oprichter van de positieve psychologie himself, Martin Seligman, schreef bijvoorbeeld dat dergelijke ‘one-item’ vragen vooral iemands humeur meten. Economen zien geluk weer als ‘desire-fulfillment’, wat betekent dat een individu gelukkig is in de mate waarin zijn/haar behoeften en voorkeuren zijn vervuld. Filosofen, ten slotte, menen al tijden geleden te hebben aangetoond dat het meten van geluk door een vraag te stellen te eenvoudig is.

Beleid op wat precies

Wie geluk als maat voor economisch beleid neemt, komt bovendien voor praktische problemen te staan. Uit onderzoek blijkt dat het geluksniveau van sommige mensen sneller hersteld. Na een ongeluk zijn ze al na drie weken weer op hun oude geluksniveau, terwijl anderen daar drie maanden over doen. Zouden die mensen dan minder lang overheidssteun moeten krijgen? Mensen met een materialistische instelling worden ongelukkig van inkomensbelasting terwijl het geluksniveau van sommige anderen daar nauwelijks onder lijdt. Moeten die materialisten dan maar vrij worden gesteld van het betalen van belasting?

Kortom, het invoeren van een geluksscore zou op veel praktische problemen stuiten waar eerst een oplossing voor gevonden moet worden. Daarnaast is er nog bij lange na geen consensus over wat geluk eigenlijk is en hoe dat het beste te meten valt. De tijd is nog niet rijp voor een vervanging van economische indicatoren door een geluksscore.

De oplossing(?)

Er zijn dus twee problemen met geluk als streven voor de staat. Het eerste probleem is dat geluk moeilijk te meten is en het tweede probleem is dat interventies vaak lastig en tegenstrijdig zijn.

Een mogelijke oplossing voor het eerste probleem is om geluk niet met één vraag maar vanuit een bepaald model te meten. Zoals wij dit bijvoorbeeld doen vanuit het PERMA-model. Dit zou de accuraatheid, in welke mate iemands score daadwerkelijk weergeeft hoe gelukkig iemand is, van de meting ten goede komen. Je kijkt dan niet alleen naar het gevoel dat iemand heeft, maar ook naar de voorwaarden van dat gevoel. In Bhutan, het land waar ze beroemd zijn geworden met het streven naar geluk, meet men geluk bijvoorbeeld aan de hand van negen verschillende onderdelen. Hiervan maken gezondheid, educatie en goed bestuur bijvoorbeeld een onderdeel van uit.

Het tweede probleem kan opgelost worden door economische vooruitgang niet te vervangen door geluk, maar door de te sturen op geluk en op economische groep. Daarmee kom je natuurlijk af en toe wel in een spagaat terecht (voor welk streven kiezen we?), maar anderzijds bewaar je ook het evenwicht tussen twee doelen die beide nastrevenswaardig zijn.

Wat vind jij van Brout?