Martin Seligman is samen met een aantal anderen de grondlegger van de positieve psychologie. Deze tak van de psychologie richt zich niet op het genezen van psychologische aandoeningen, maar op het vergroten van het levensgeluk. ‘Gelukkig zijn kun je leren’ gaat over deze nieuwe loot aan de tak van de psychologie. Zowel de stroming zelf als de onderwerpen die zij onderzoekt worden behandelt. Het is daardoor tegelijk een zelfhulpboek en een populair wetenschappelijk boek.

Martin Seligman begint ‘Gelukkig zijn kun je leren’ met de verkiezingscampagne waaraan hij in 1998 deelneemt. Het is de verkiezing van het hoofd van de APA, de vakvereniging voor psychologen in Amerika. Een invloedrijke club die voor een belangrijk deel de richting van de psychologie bepaalt. Zijn reden om hier aan mee te doen is dat hij binnen de psychologie meer aandacht wil voor positief menselijk functioneren. Uiteindelijk wordt hij met de grootste meerderheid ooit tot voorzitter gekozen. In de tijd daarna blijkt dat er een vruchtbare voedingsbodem is voor de positieve psychologie. Er zijn talloze filantropen die geld willen schenken aan dit soort onderzoek en het is ook niet moeilijk om wetenschappers er enthousiast voor te krijgen.

Langzamerhand krijgt de onderzoeksagenda van de positieve psychologie vorm. Allereerst het onderzoek naar positieve emoties zoals geluk, hoop en liefde. Daarnaast het onderzoek naar positieve eigenschappen, zoals vitaliteit, doorzettingsvermogen en wijsheid. Tot slot naar positieve instituties. Oftewel de manieren waarop instellingen zoals gevangenissen, jeugdzorg en scholen een (meer) positieve invloed op de bevolking kunnen hebben. In ‘Gelukkig zijn kun je leren’ wordt echter een andere onderzoeksvraag aangehouden, namelijk: wat is geluk en hoe kan ik gelukkiger worden?

Veel van de onderwerpen die in de positieve psychologie aan bod komen, zijn begrippen die in de alledaagse conversatie ook voorkomen. Bijvoorbeeld hoop, liefde en geluk. Seligman is een ster in het wetenschappelijk definiëren van dat soort alledaagse begrippen. Zo is geluk volgens hem niet alleen een kwestie van positieve emoties, maar ook een kwestie van zingeving en levensvervulling. Beide onderdelen van geluk komen in dit boek naar voren.

In het eerste deel van het boek gaat het over geluk als positieve emotie. De auteur onderscheidt hier drie verschillende soorten van geluk: geluk over het verleden, over de toekomst en over het heden. Hij legt uit hoe negatieve gebeurtenissen uit het verleden ons geluk in het heden kunnen beïnvloeden en er bespreekt manieren om dat tegen te gaan. Daarnaast schenkt hij aandacht aan hoop en optimisme en hoe je dat kunt cultiveren. Tot slot schenkt hij aandacht aan het genieten van het heden door lichamelijke en geestelijke genoegens te cultiveren.

Al deze hoofdstukken zijn met de kenmerkende combinatie van populaire wetenschap en zelfhulpadvies geschreven. Enerzijds bespreekt Seligman de wetenschappelijke geschiedenis van bepaalde concepten en zet hij uiteen hoe het denken erover zich in de loop van de jaren ontwikkeld heeft. Anderzijds geeft hij stappenplannen en stelt hij testen beschikbaar waarmee we onze vooruitgang kunnen meten.

In het tweede deel van ‘Gelukkig zijn kun je leren’ gaat het over het ontdekken en het gebruiken van onze sterke punten. Eén van de huzarenstukjes van de nog jonge positieve psychologie, was het samenstellen van een positieve DSM. De DSM is het handboek dat wordt gebruikt voor het diagnosticeren van geestesziekten zoals depressies en angststoornissen. De positieve versie van de DSM, de VIA, wordt gebruikt om positieve karaktereigenschappen te ‘diagnosticeren’. In ‘Gelukkig zijn kun je leren’ bespreekt Seligman deze karaktereigenschappen en geeft hij vragenlijsten waarmee je kunt ontdekken wat jouw sterke karaktereigenschappen zijn. Dit deel van het boek is nogal vluchtig en schematisch. Binnenkort komt de VIA echter gratis in Nederland beschikbaar en dan kunnen Nederlandse lezers hem ook via internet afnemen. Tegen die tijd vormt het boek een mooie handleiding bij het invullen van deze testen.

Al met al is het lezen van ‘Gelukkig zijn kun je leren’ een overweldigende ervaring. Met driehonderd pagina’s is het boek niet eens zo heel dik, maar de hoeveelheid informatie die gepresenteerd wordt, is enorm. Deze indruk wordt nog eens versterkt doordat de informatie vaak niet heel overzichtelijk gepresenteerd wordt. Seligman wil van alles bespreken maar mist nog een duidelijk kader waarin hij dit kan plaatsen. Het resultaat is een vergaarbak van op zich interessante informatie over positieve psychologie die echter moeilijk beklijft. Als populair wetenschappelijk werk is het dan ook beter geslaagd dan als zelfhulpboek.

Dit is de auteur overigens niet helemaal aan te rekenen. Het boek is geschreven in 2002 en in dat jaar bestond de positieve psychologie nog maar net. Veel vragen waren op dat moment nog onbeantwoord en dat is ook te merken. Hier en daar wijkt Seligman af van het wetenschappelijk pad en geeft hij simpelweg zijn mening over bepaalde onderwerpen. In één van de laatste hoofdstukken baseert hij zich zelfs openlijk op zelfhulpboeken over het behandelde onderwerp. Het is dan ook te hopen dat de positieve psychologie zich blijft ontwikkelen zodat er over een paar jaar een nieuw boek geschreven kan worden op basis van nieuw onderzoek.

Leave a Reply