Om goed te kunnen functioneren in de maatschappij, moeten we onszelf stevig in de hand hebben. We kunnen niet in slaap vallen wanneer we moe zijn, aan seks beginnen wanneer we opgewonden zijn en agressief worden wanneer we ons beledigd voelen. In bijna alle gevallen handelen we niet op basis van onze impulsen. Het zijn vaak vooral onze lange termijndoelen die ons gedrag sturen. Om dit te bewerkstelligen is zelfdiscipline nodig. In dit artikel zal ik de nieuwste wetenschappelijke bevindingen over zelfdiscipline bespreken en op basis daarvan aangeven hoe je in de praktijk weer de regie kunt krijgen over je leven.

Zelfdiscipline wordt gezien als een belangrijke vaardigheid voor mensen die willen veranderen. Het maakt het verschil tussen willen en doen. Iedereen weet dat afvallen bestaat uit minder eten en/of meer bewegen. Toch is afvallen heel moeilijk omdat de meeste mensen niet voldoende zelfdiscipline hebben om de verleiding van een lekker pak koekjes te weerstaan. Net zoals ze vaak ook onvoldoende zelfdiscipline hebben om het sporten vol te houden. En zo blijft het vaak bij goede bedoelingen. Zelfdiscipline is uiteraard geen oplossing voor alles. Iemand met veel zelfdiscipline, maar een slecht plan van aanpak, zal niet ver komen. Toch is zelfdiscipline een belangrijke factor in het behalen van succes. Het maakt dat we consequent handelen naar onze waarden en naar onze plannen. Het maakt dat we de leider kunnen zijn van ons eigen leven. Dat is een eigenschap die nauwelijks onderschat kan worden.

Wetenschap

In de afgelopen jaren zijn er een aantal interessante onderzoeken gedaan naar het fenomeen zelfdiscipline. Drie onderzoeksresultaten zijn van belang voor mensen die in de praktijk meer zelfdiscipline willen krijgen.

1 Zelfdiscipline is een bron die leeg kan raken

2 De beschikbaarheid van zelfdiscipline is gelinkt aan de beschikbaarheid van glucose (suiker) in het bloed. Hoe minder suiker in ons bloed, hoe minder discipline. Als de glucose opraakt, wordt het moeilijk om onszelf in de hand te houden.

3 Als je vaker gebruikt maakt van zelfdiscipline (het uitstellen van onmiddellijke impulsen) wordt dit steeds gemakkelijker. Je krijgt dus steeds meer zelfdiscipline naarmate je er vaker gebruik van maakt.Uit deze drie onderzoeksbevindingen valt af te leiden hoe je zelfdiscipline het best kunt opbouwen.

Praktijk

Allereerst is het belangrijk om te oefenen. Als je iets wilt bereiken waar zelfdiscipline bij komt kijken, kun je het best met kleine stapjes beginnen. Dus niet meteen beginnen met sporten en met minder eten. Maar eerst één van beide. Zodra je dan één van beide onder de knie hebt, kun je beginnen met de ander. Het is hierbij steeds zoeken naar wat uitdagend is, maar wel haalbaar. Het heeft geen zin om je steeds te pletter te lopen tegen al te grote uitdagingen. Net zoals het zinloos is om altijd maar bij dingen te blijven die je gemakkelijk afgaan.

Daarnaast is het belangrijk om niet te sterk op je discipline te vertrouwen. Wanneer je teveel zelfdiscipline moet gebruiken, is het waarschijnlijk dat het “opraakt” voor je het doel gehaald hebt. Iedereen kent het gevoel dat je een bepaalde tijd weerstand aan iets kunt bieden, maar dat je uiteindelijk toch toegeeft. Je drentelt bijvoorbeeld een tijd lang in de woonkamer rond om weerstand te bieden aan de koekjes die in de keuken naar je schreeuwen, na verloop van tijd breek je echter en besluit je toch om een graai in de doos te doen. Het is zaak om een dergelijk scenario te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door het huis uit te gaan voordat je breekt. Of door de koekjes weg te gooien op het moment dat je nog voldoende zelfdiscipline hebt. Het heeft geen zin om je voortdurend bloot te stellen aan verleidingen als je weet dat discipline niet een bron is waar je oneindig lang op kunt vertrouwen.

Omdat de aanwezigheid van glucose vereist is voor de beschikbaarheid van zelfdiscipline, is het belangrijk om goed en regelmatig te eten. Het is verstandig om meerdere maaltijden per dag te eten zodat je steeds voldoende glucose beschikbaar hebt. Daarnaast is het zaak om voorzichtig om te springen met alcohol. Alcohol zorgt ervoor dat suiker niet meer goed opgenomen wordt en maakt daardoor je zelfdiscipline minder sterk. Voor wie teveel gedronken heeft, zal het dan ook extra moeilijk zijn om verleidingen te weerstaan. Veel mensen zullen bovendien ’s avonds minder gedisciplineerd kunnen werken, omdat het lichaam dan al minder goed suiker opneemt. Als je een belangrijke taak hebt, kun je deze dus het best plannen op een moment dat je voldoende glucose beschikbaar hebt.

Samenvattend is zelfdiscipline vergelijkbaar met spierkracht. Wie sterker wil worden gaat niet meteen met gewichten van honderden kilo’s aan de slag. Je bouwt het langzaam op en op die manier vorder je. Je haalt het ook niet in je hoofd om uren achter elkaar te trainen. Je raakt dan uitgeput en zult bovendien ook chagerijnig worden omdat je verder nergens meer aan toekomt en omdat je geen dingen meer kan doen die je leuk vindt. Door constant te oefenen met gewichten die net zwaar genoeg zijn, maak je de meeste vooruitgang. Tot slot is het belangrijk dat je voldoende eet, om zo je spieren optimaal te voeden.

Zelfdiscipline helpt ons bij het richten van onze aandacht, het reguleren van onze emoties, het stoppen met roken en het omgaan met stress. Het is dus een eigenschap die ons kan helpen om verschillende belangrijke doelen in ons leven te bereiken. Wie bovenstaande tips volgt, zal meer gedisciplineerd worden en het leiderschap over zijn eigen leven herwinnen.